Bouwen met taal

Jokezelf over gisteren, vandaag en morgen

In de trein

Tussen Maarssen naar Breukelen staat de trein ineens stil. Niemand weet waarom. De luidsprekers laten, behalve wat geknars, geen informatie los. De passagiers in de hal speculeren druk over de oorzaak. Een conducteur loopt naar de deuren, probeert ze met de noodhandle open te trekken, maar dat lukt niet. Dan loopt hij door de aangrenzende wagon naar de volgende deur waar hij dezelfde handeling uitvoert.

treinongeluk+a'damEen groeiend gevoel van onbehagen maakt zich van Hans meester en langzaam voelt hij zich veranderen van de grote man die hij is in een klein en angstig jongetje. Dit gaat fout!! De deuren kunnen niet open! Hij kan er niet uit! Er staat een sein verkeerd, of een machinist let even niet op en rijdt zijn trein het andere baanvak op. Klabam!! Twee treinen op elkaar! De inzittenden van de beide eerste wagons hadden het ongeluk niet overleefd, staat er naderhand in de kranten. Honderden mensen zijn gewond geraakt in de overvolle treinen van het spitsuur. Het overige treinverkeer ondervond langdurige vertraging. Foto’s van een kapotte trein. Interviews met ooggetuigen. Televisiebeelden van de ravage. Rokende brokstukken, kermende mensen langs de spoorlijn. Bloed, sirenes, ziekenbroeders rennen af en aan. Brandweerlieden zagen zich een weg door de puinhopen en proberen bekneld geraakte overlevenden te bevrijden. Sommige mensen bezwijken onder hun handen. Een agent ontfermt zich over een huilend kind dat zijn moeder is kwijtgeraakt.

Hans vindt zich terug in de eerste wagon. Hij is bekneld geraakt tussen twee banken. Hij ziet niet veel, maar registreert zijn omgeving met pijnlijke nauwkeurigheid. Aan de kant van het raam steekt een hand uit boven het verwrongen staal van de geplette bank; een medereiziger die bij het eerste lawaai vertwijfeld had gegild en gevangen werd in een angstgebaar. Er duwt iets tegen zijn rug. Dat moet de schooltas van het meisje zijn dat zojuist nog naast hem zat. Het kind zelf ziet hij niet, moet onder hem liggen, maar hij voelt haar niet. Hij hoort ook niets meer, behalve een aanhoudend gezoem in zijn hoofd. Een vervelend soort gebrom waardoor hij niet meer kan nadenken. Er parelen zweetdruppels op zijn voorhoofd en bovenlip. Zijn handen voelen als verdoofd. Zijn hoofd tolt en alles om hem heen begint te draaien.

Snakkend naar zuurstof probeert Hans zijn ademhaling onder controle te krijgen. Rustig uitademen, langer dan je eigenlijk kunt, dan vier tellen inademen, adem even vasthouden en weer zes tellen uit. Kalm aan en goed concentreren. Hij prijst zich gelukkig dat hij zich nog herinnert wat Roos, zijn therapeute, hem had geleerd over die duizelingen van hem. Hij voelt de wand achter zich. Dankbaar leunt hij er zwaar tegenaan. Dan laat hij zich, nog steeds langzaam in- en uitademend, zachtjes naar beneden glijden tot hij op zijn hurken zit. Zijn rug tegen de muur van de wagon, zijn hoofd in zijn handen. Zo blijft hij ineengedoken zitten tot de trein zich weer in beweging zet.

Lees hier verder

5 reacties op “In de trein

  1. Pingback: In de trein – vervolg | Jokezelf

Reacties zijn gesloten.

Categorieën

Archief

Belangstellenden

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 351 andere volgers

%d bloggers liken dit: