Bouwen met taal

Jokezelf over gisteren, vandaag en morgen

Stage lopen

Zoals altijd, ben ik veel te vroeg op het Instituut. Dat vind ik prettig en het geeft mij de zekerheid dat ik me goed kan voorbereiden voordat mijn cliënt komt. Zo kan ik op mijn gemak het opname apparaat testen, het verslag van de vorige zitting nog even doorlezen en nagaan wat mijn supervisor daarover heeft gezegd. Meestal schrijf ik een denkbeeldig verloop van de komende zitting uit, als een soort houvast. Als het gesprek dan ergens stokt, of via zijpaadjes ergens anders uitkomt, put ik steun uit die aantekeningen. Ze zijn voor mij een richtlijn waarlangs de therapie zich ongeveer moet bewegen. Niet dat ik daar nou heel strikt de hand aan houd, want ik heb inmiddels geleerd dat het dan misgaat. Dat het beter is om de cliënt de richting van het gesprek te laten bepalen en voldoende wanneer ik de onderwerpen aandraag. Er hoeft immers in zo’n uur niet zo heel veel te gebeuren. Misschien is dat zelfs wel een voorwaarde voor een goede therapie.

Ik haast me door de gangen van het gebouw om snel nog even naar het toilet te gaan voordat mijn cliënt van tien uur komt. Rare gewoonte vind ik dat. Als ik van tevoren weet dat ik ergens een tijdje vastzit, ook al is het maar een uur, moet ik geheid naar de wc, zelfs al ben ik net geweest. Ik was mijn handen, kijk in de spiegel boven de wastafel en knik mezelf vriendelijk grinnikend toe. Nog zo’n eigenaardige, ingesleten gewoonte. Als klein meisje kon ik al geen spiegel voorbij komen zonder een gek gezicht te trekken of mijn tong uit te steken. Mijn hele familie deed aan die streken mee. Mijn vader klopte op elke deur die hij binnen ging, zelfs op kastdeuren. Mijn moeder had dezelfde spiegelgewoonte als ik en mijn zus Erna nam altijd een rare pose aan als er een foto werd gemaakt. Er kon niet zo ongemerkt gefotografeerd worden of Erna had het in de gaten. Ze trok dan prompt een gezicht, zette haar benen raar neer of kronkelde haar hele lichaam in de kreukels. En altijd tot wanhoop van de fotograaf, waar wij eens per twee jaar heen gedirigeerd werden voor een officieel staatsieportret.

Ik houd mijn handen onder de blazer zonder dat ze echt droog worden. Dan loop ik de gang weer op in de richting van de mij toegewezen kamer. Klokslag tien. Mijn cliënt zal zo wel komen. Die is de afgelopen weken altijd precies op tijd geweest.
Ik loop de kamer binnen, verschuif de stoelen, controleer de apparatuur en ga zitten met mijn aantekeningen op schoot. Ik slaak een diepe zucht. Hè, wat stom nou dat ik zo nerveus ben. Het gaat toch goed nu? In ieder geval beter dan met Eva, mijn allereerste cliënt, met wie de hele therapie mislukte, omdat ik haar niet kon bereiken. Hoewel.., dat klopt niet helemaal. Ik heb Eva juist wel weten te bereiken, want net toen ik dacht dat we eindelijk ergens kwamen, dat ze eindelijk wat los begon te laten over zichzelf, trok ze zich terug. Boos, verontwaardigd en diep beledigd, alsof ik haar al het onrecht had aangedaan waar ze in haar leven tegenaan was gelopen.

Schandelijk, noemde ze het later tegen David -mijn begeleider en supervisor- dat ik zulke dingen zelfs maar durfde te suggereren. Dat hoefde zij toch zeker niet allemaal aan te horen. Daar luisterde ze niet naar. Als het zó moest, dan deed ze het wel alleen, probeerde ze gewoon wat vroeger naar bed te gaan. Dan zouden die klachten vanzelf wel verdwijnen. Aan zo’n leerling therapeute had zij toch niets, dat bleek maar weer. En nee, ze wilde het zeker niet nog een keer proberen. Met alle respect voor de professor, zij had er schoon genoeg van. Ze liet zich niet in haar eer en goede naam aantasten door iemand die nog niet eens was afgestudeerd. Daar bedankte zij feestelijk voor.

Ik was er niet bij, maar kan me levendig voorstellen hoe het gesprek gegaan is. Eva, op het puntje van haar stoel, met hoog opgeheven hoofd en rechte rug, die op Koninklijke toon aan de begeleider van haar therapeute meedeelde dat ze de therapie wenste te beëindigen. En aan de andere kant van het bureau, David, die goeierd, die het allemaal aanhoorde en zijn best deed geschokt te lijken om Eva niet helemaal haar zekerheid te laten verliezen. Ik begreep dat wel, maar het raakte me toch dat hij zich niet vierkant achter mij opstelde. Het voelde of hij mij min of meer in de steek liet.

“Ik heb je tegenover Eva niet helemaal laten vallen hoor”, troostte hij me toen we er later over napraatten.

“Nee,” was mijn bittere reactie, “maar na wat je me zojuist over jullie gesprek verteld hebt, heb ik toch sterk de indruk dat je me wel een paar keer hebt laten stuiteren.” David lachte en keek mij nadenkend aan. Ik voelde me steeds kleiner worden.

“Nou ja,” sputterde ik, onzeker van mijn gelijk, “je had het best voor me op kunnen nemen.”

“Ja meid, het klopte natuurlijk ook wat je zei, maar dat kon ik haar niet vertellen. Dat komt ervan als je op eigen houtje dingen aan de therapie toevoegt zonder die eerst met mij te overleggen. Ik heb Eva gezegd dat wij het meeste samen besproken hadden, maar dat die oefening in buikademhaling van jou afkomstig was. En ook jouw suggestie dat haar huidige buikpijn zou kunnen lijken op de pijn die ze destijds bij haar abortus niet gevoeld heeft, heb ik op jouw rekening geschreven. Wij hadden namelijk niet afgesproken dat je haar die analyses zo direct en rechtstreeks zou voorleggen.”

Nu ik terugdenk aan dat gesprek, schiet het bloed weer naar mijn wangen. Natuurlijk had hij gelijk. Ik ben veel te direct en te voortvarend door die therapie gehold. Allemaal uit ongeduld en onzekerheid, en omdat ik me tegelijkertijd krampachtig aan de richtlijnen van het handboek probeerde te houden. En dat, daar ben ik inmiddels achter, hoeft helemaal niet, net zo min als het nodig is om alles wat ik met mijn supervisor over een therapie bespreek, direct uit te proberen op mijn cliënt. Die begrijpt daar immers niets van? David drukt mij dat in elk supervisiegesprek opnieuw op mij hart.

“Denk erom Janna, dit zijn speculaties. Wij denken veel verder dan je cliënt op dit moment. Dus houd het alsjeblieft voor je en wees voorzichtig met je interpretaties.” En dat doe ik dan maar. Naarmate mijn stage vordert en ik me zekerder ga voelen, houd ik mij een stuk minder krampachtig aan het handboek. Beschouw het als een richtlijn, meer niet.

Waar blijft mijn cliënt trouwens? Het is al tien over tien. Dat is niets voor Hans. Die komt nooit te laat. Ineens zit mijn hart in mijn keel. Ik ben de vorige keer toch niet te ver gegaan met mijn vragen over de dood van zijn vader? Hij had er wel wat aangeslagen uitgezien bij zijn vertrek. Hij zal toch niet ook wegblijven, net als Eva? O help, ik heb hem vast te dicht op zijn huid gezeten. Wat als hij ook niet meer terugkomt? Hoe kan ik David dan ooit weer onder ogen komen?

6 reacties op “Stage lopen

  1. minoesjka
    22 oktober 2010

    Nou, ik zat me eigenlijk tijdens het lezen best een beetje kwaad te maken op David! Het lijkt me dat hij ondertussen ook wist dat het voor Janna allemaal nog erg spannend was die sessies en dat hij het alleen maar moeilijker maakt voor Janna, door haar zo te laten vallen!
    Ik begeleid ook stagieres, maar ik hoop wel, dat als zoiets zich voordoet, ik het iets anders afhandel!!
    Trouwens, erg goed geschreven. Misschien nog eens een vervolg over hoe het Janna op haar stage vergaat tegen het eind van haar stage??

    Like

  2. Jokezelf
    22 oktober 2010

    Klopt; zij is niet verantwoordelijk, dat is haar begeleider maar veel (ook beginnende) hulpverleners voelen zich verantwoordelijk voor alles en iedereen en vinden dat ze alles meteen moeten kunnen. Janna heeft die houding af moeten leren.
    Hans kwam uiteindelijk om kwart over tien. Hij kon geen plekje vinden voor de auto. Ook dat moest Janna afleren; als de cliënt wat later is dan gewoonlijk, hoeft dat niet aan haar te liggen.
    En ik heb leer veranderd in lees. Dank dat je me daar even op wees; ik had het niet gezien.

    Like

  3. Alie
    22 oktober 2010

    Moar ze loopt stage. Doar mot toch begeleiding bie zijn? Zij is nait verantwoordeliek, zij leert.
    Ik vond het een indrukwekkend verhoal en bin best wel wat nijschierig woar Hans is, moar vrees dat ik dat zulf mot invullen.
    Ik wens doe ain schier weekend.
    ps. er staat onder het verhaal leer hier verder, en ik leer er wel wat van, maar je bedoelde vast: lees hier verder.

    Like

  4. plato
    21 oktober 2010

    Met Novie eens. Boeiend. Hebben wij niet allen stage gelopen in de jaren van onzekerheid enerzijds en overmoedigheid anderzijds? Janna zal inmiddels wel een stuk zekerder van haar zaak zijn. Stevig verhaal. Met plezier gelezen.

    Like

  5. hanneke
    21 oktober 2010

    balanceren en zorgvuldig afwegen. ieder woord kan er een te veel zijn.
    poe, wat een opgave.

    Like

  6. Novie
    20 oktober 2010

    goed geschreven.
    Boeiend en levensecht zoals je een stageloper beschrijft.

    Like

Reageren? Ja graag!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 19 oktober 2010 door in Korte verhalen, Psychologie en getagd als , , , , , , , , .

Archief

Belangstellenden

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 228 andere volgers

Proud member of OBA

%d bloggers liken dit: