Goed geregeld

In Californie, en voor zover ik weet in heel Amerika, kun je overal naar het toilet. Op elke straathoek, in elke drogist, warenhuis of supermarkt, op elk groot winkelplein, in elke mall, vind je toiletten – of restrooms zoals de Amerikanen ze noemen. Openbaar. Goed onderhouden. Zonder dat je ervoor moet betalen. Zelfs in the middle of nowhere staat hier en daar een huisje met wc’s. Handig voor als je nodig moet. Dat is bij ons wel anders. In de grotere warenhuizen kun je nog wel eens een klantentoilet aantreffen, maar in een kledingzaak? Of een supermarkt? Op een parkeerplaats? In een openbaar park? Op pleinen en in straten? In de nieuwe sprinters van de NS zijn ze niet eens meer ingebouwd. Onderweg zijn alleen toiletten bij de pompstations en ook die zijn bijna nergens meer gratis. In Nederland vinden ze dat je je plas maar moet ophouden, en dat je je grote boodschappen naar huis moet brengen. Maar in Amerika hebben ze oog voor de noodzakelijke behoeften van hun medemens. Zelfs als je niks komt kopen, wijzen ze je vriendelijk de route naar de restroom. En als je weer weggaat wensen ze je vrolijk een fijne dag en zeggen ze dat ze hopen dat je nog eens terug komt. Erg prettig.

Maar ja, soms gaat het wel eens mis. Zoals toen wij door de landerijen reden. Eindeloze rijen wijnranken aan de ene kant en evenzovele eindeloze rijen appel- en walnotenbomen aan de andere kant. En ik moest erg nodig. Geen public restroom te bekennen. Een man kan overal plassen. Die zit daar niet mee. Gaat gewoon aan de kant van de weg met zijn rug naar de passerende auto’ s staan en piest naar hartelust. Maar ik vind dat een beetje lastig. In een bos heb ik er geen moeite mee, maar in open gebied? Gehurkt twee van die grote witte billen aan het passerende autovolk tonen? Ik zie die mensen nooit meer terug, niemand kent me daar, maar zelfs tussen twee autodeuren in voel ik me erg tentoongesteld. Een tikje preuts ben ik toch nog wel. Dus ik hield het op. Totdat ik opeens twee blauwe cabines naast elkaar zag staan.

“Stop eens Sjeng, ik denk dat daar warempel toch een openbare toilet staat. Ja hoor, kijk maar; eentje voor men en eentje voor women. Ben ik ff blij. Wat is dat hier toch goed geregeld zeg. Overal public restrooms. Zelfs hier. Gewoon op een karretje neergezet voor de nooddruftige medemens. Geweldig.”

Opgetogen stapte ik uit en beklom de wagen waar het toilet op stond. Keurig chemisch toiletje met wc-papier en zelfs een fonteintje. Sjeng maakte ook meteen maar van de gelegenheid gebruik, dus zaten we gezellig naast elkaar te keuvelen dat het in dit land zo goed geregeld was.

Later bleek dat die toiletten er voor de werkers op het land staan. Dus niet voor de toevallige voorbijganger. Er is een hele handel in die toiletcabines. Twee aan twee worden ze door het land gereden en neergezet op die eindeloze landerijen en wijnvelden. Fantastisch toch? Het is voor de arbeiders geen doen om iedere keer terug te moeten naar de boerderij, zo uitgestrekt zijn de landerijen.
En voor mij was het een uitkomst.