Lezen – de ultieme vrijheid

Een van de belangrijkste ervaringen in mijn vroegste jeugd was het leren lezen. De vreugde om te begrijpen wat ergens stond en de opperste bevrediging van het zèlf kranten, boeken of tijdschriften te kunnen lezen, staat me nog heel erg bij. Toen ik het eenmaal door had, las ik met volle overtuiging alles wat maar enigzins in aanmerking kwam; tot aan teksten op verpakkingen aan toe. Ik kreeg er nooit genoeg van.

 

 

 

 

 

Drie was ik toen mijn vader mij daadwerkelijk leerde lezen. Ik vroeg hem voortdurend wat ergens stond, wees hem teksten op gebouwen aan en had daardoor al wat letters en woorden leren ontcijferen. Mijn vader vond het prachtig, zo’n eigenwijs wurm. Apentrots liet hij mij voorlezen uit de Donald Duck en het verhaaltje vervolgens navertellen aan anderen, die niet wilden geloven dat ik daadwerkelijk begreep wat ik las.

Zelf lezen was de ultieme vrijheidsdaad. Nu kon niemand mij meer iets wijsmaken, want ik kon het zelf en had op dat gebied niemand meer nodig. Bovendien bleek al snel dat ik met dat lezen een fantastische ontsnappings-mogelijkheid uit de werkelijkheid had gekregen, waar ik dankbaar en met overgave gebruik van maakte.