De kinderdokter

de kinderarts

Begin jaren tachtig waren kinderartsen nog niet overal even kind- en oudervriendelijk;

Teun van Krelen was een forse, kalende man, met handen van het model kolenschop. Zijn doktersjas hing te krap en te kort over zijn brede schouders. Op weg naar zijn spreekkamer slingerde hij met een kinderschooltas waarin zijn dossiers zaten. In zijn kielzog een roedel co-assistenten.

Binnen had Teun meer aandacht voor de assistenten die aan zijn lippen hingen, dan voor de zenuwachtige ouders van het zieke kind vóór hem. Uitleg over het ziektebeeld was voor de assistenten, want Teuns’ jarenlange praktijkervaring had hem geleerd dat veel ouders nerveus werden van medische gegevens. Zij hoefden niet precies te weten wat hun kind mankeerde, als het maar beter werd.

Een consult verliep altijd op dezelfde manier. De moeder probeerde vertwijfeld haar kind stil te houden en werd eerst volkomen genegeerd, tot Teun plotseling zei: “Goed, dan regelen we nu eerst zijn dieet even. Alstublieft,” en hij reikte de onthutste vrouw een snel geschreven briefje aan, “kleedt u hem maar uit”. De moeder grabbelde kind, tas en jassen bij elkaar en verdween in de onderzoekkamer, terwijl Teun, opgewekt keuvelend met een assistent, haar achterna liep. Nauwelijks was het kind uitgekleed of hij nam het over om te bekloppen en te beluisteren, waarna moeder meestal binnen vijf minuten weer buiten stond met een volgende afspraak, zonder dat ze precies wist wat haar kind mankeerde.

Soms trof hij een vrouw die deze werkwijze niet waardeerde. Hij keek haar dan spottend aan, gaf het kind een speels tikje op de wang en zei:  “Ach mevrouwtje, maakt u zich maar niet ongerust. Dat groeit heus wel. Geef hem maar een extra potje bruine bonen”. Zij moest dan over een wel zeer volhardend karakter beschikken om informatie te blijven eisen over de ziekte van haar kind.

———————————————

Geschreven voor de WE300 van de maand februari. De bedoeling; een verhaal van precies 300 woorden over leuteren, zonder het woord in de tekst te noemen. Ook meedoen, en/of meer geleuter lezen? Kijk dan bij Platoonline.