Smokâh in dâ house!

roken is vies

 

Ik ben anti roken. Vooral de stank van sigaretten vind ik vies. Daar ga ik van hoesten en tranen. Heel vervelend. Ik heb op mijn zestiende één keer geprobeerd zelf een sigaret op te steken en daarna gezworen dat ik nóóit, echt he-le-maal nooit een vriend wilde die rookte. Ik vónd het smerig. Hun kleren stonken, ze hadden vaak gele vingers en zoenen … gatsie!!
Dus daar hield ik mij aan. Vond ik een jongen leuk, of hij mij, maar zat hij vast aan een sigaret? Typisch geval van jammer, maar ik begon er niet eens aan. Dat ik daardoor misschien vele leuke verkeringen misliep (want vooral de stoere jongens rookten), nam ik op de koop toe. Gelukkig waren er ook jongens die ook geen behoefte hadden aan zo’n stinkstok, dus ik heb evengoed een leuke jeugd gehad, ben getrouwd met een rookloze man en wij kregen twee rookloze kinderen.

Jaren later, wij waren inmiddels rookloos gescheiden, begaf ik mij in het virtuele datingcircuit. Op mijn wensenlijstje stond niet-roken prominent vooraan. Toch waren er rokers die desondanks contact probeerden te maken: ‘Ik rook maar één pakje per dag, daar heb jij ècht geen last van,’ of; ‘Als ik bij jou ben, zal ik niet of minder roken’ of ‘Ik rook sigaren, of pijp, dát is toch niet erg?’ Een andere mooie was: ‘Voor jou zou ik het roken kunnen opgeven’. Allemaal prachtig, maar ik wilde geen enkele vorm van gerook in mijn buurt, dus ik bleef afwijzend en maakte alleen afspraken met niet-rokers. Die meestal tegenvielen.

Op een dag kreeg ik een mail van iemand die schreef; ‘Ik rook af en toe een pijpje en je weet niet wie je afwijst, als je niet met mij kennismaakt.’ De rest van zijn brief was ook leuk, dus ik maakte een afspraak om koffie te gaan drinken. Aardige man, lief pijpje, dat zelfs een beetje  lekker rook als ik er niet te dicht bij kwam. En ik vond het wel sjiek, zo’n pijproker. We begonnen een soort van LAT-relatie, die na een goed halfjaar eindigde. Niet vanwege die pijp, maar door de afstand; hij woonde 250 km bij mij vandaan.

Mijn huidige man, ook gevonden via internet (wat is dat toch een prachtig medium), is een verstokt sigarenroker. Hij rookt niet veel, maar wel constant. Al jaren. Zijn asbak staat altijd buiten en aan de deur, of voor het raam, blaast hij zijn rook uit. Elk uur uur neemt hij ‘een paar trekjes’ van zijn sigaartje dat hij vervolgens buiten laat liggen. Zo rookt hij tamelijk weinig, want de sigaar brandt grotendeels uit zichzelf verder. In een café of restaurant gaan we altijd strategisch zitten, ofwel op het terras als dat er is, ofwel vlak bij de deur, zodat hij tussendoor even naar buiten kan wippen voor zijn broodnodige shotje tabak. Het is een goede oplossing; zijn kleren stinken niet en hij heeft geen gele vingers. Toch ben ik wel een beetje de sigaar, (of is het de pisang?) want hij heeft me ooit beloofd dat hij zou stoppen, maar na zeven jaar zit dat er niet meer in, ben ik bang.

 

Deze (bewerkte) tekst stond vier jaar geleden op mijn blog bij webstreepjelog