Bouwen met taal

Jokezelf over gisteren, vandaag en morgen

De stadse jungle

Ik zit op het balkon van onze kamer in hotel Parque met uitzicht over de stad. Het is prachtig weer, hoewel de zon zich af en toe verstopt achter dikke lagen wolken. Links de zee, met een snelweg ervoor. Onder me een hoofdweg waar zware bussen doorheen denderen en recht voor me -aan de overkant van de straat- park San Telmo met prachtige palmbomen en idyllisch geplaatste bankjes. Overdag spelen er kinderen en zitten bewoners en toeristen onder de parasols van de koffietent, te lezen, te praten en koffie te drinken. ’s Avonds komt jong en oud hier flaneren en/of romantisch samenzijn.

Een echtpaar steekt de straat over, de middelbare leeftijd al gepasseerd, maar bij lange na nog niet oud. Hij op robuuste bergschoenen, in korte broek met hoog opgetrokken geitenwollen sokken onder witte ballonkuiten. Polo met korte mouwen en een stevige rugzak om. Zij, timide, in kuitlange broek boven verstandige sandalen, met windjack. Ze lopen naar een hek op de hoek van het plein. Daar haalt de man een plat apparaatje uit zijn zak. Hij streelt het liefkozend en legt het op de rand van het hek. Dan loopt hij een paar passen terug naar zijn vrouw. Ze staren samen wat voor zich uit, tot de man weer naar het toestel op het hek gaat. Hij buigt zich erover en tikt er op.

oermens

Dan kijkt hij omhoog. Wijst naar het noorden en naar het apparaat. Pakt een kaart uit zijn broekzak, vouwt hem open, prikt met zijn wijsvinger midden op de kaart en gebaart opnieuw, nu naar het zuiden. Hij wappert met zijn hand naar de overkant, tuurt naar boven en bestudeert het apparaatje. Daar gebeurt kennelijk niets en andermaal loopt hij een paar passen terug. De vrouw zegt iets en wijst naar de kaart. Hij schudt zijn hoofd, vouwt de kaart weer dicht, stopt hem in zijn achterzak en knijpt haar vriendelijk in beide wangen. Zij doet een pas naar achteren. Haar houding is berustend. Hij loopt weer naar het apparaatje en kijkt. Niets. Hij kijkt omhoog. De zon misschien niet sterk genoeg? De vrouw zegt weer iets. Hij schudt zijn hoofd en wijst op het apparaatje; daar moet het vandaan komen. Zij haalt haar schouders op en trekt het jack uit. Ze krijgt het warm.

Tien minuten later neemt de man het apparaatje van het hek, steekt het in zijn broekzak en vouwt de kaart open. Dan loopt hij vastberaden naar het stoplicht. Met een klein lachje op haar gezicht trippelt de vrouw achter hem aan.

Dit stukje uit 2012 heb ik herzien en aangescherpt.
Het plaatje heb ik gevonden op internet.

35 reacties op “De stadse jungle

  1. Pingback: WE-300: het nieuwe woord | Platoonline

  2. gewoonanneke
    13 februari 2012

    Mooi verhalend verteld, ik zag het stel zo voor me in gedachten en voor de rest herkenbaar haha. Gelukkig hadden ze nog wel een kaart bij zich.

    Like

  3. artafterallart
    13 februari 2012

    tegelijk is het een afwijkend stelletje waar men in doorsnee vindt dat juist vrouwen de naam hebben dat ze geen kaart kunnen lezen 🙂

    Like

  4. gerbelmer
    12 februari 2012

    Dag Joke,
    Het spijt me, ik snap geen snars van dit verhaal. Ik weet het, je moet niet alles weggeven en een schrijver moet de lezer ook wat te doen geven. Maar dit gaat mijn simpele pet te boven…
    Groeten van Ger

    Like

    • Jokezelf
      12 februari 2012

      Ach Ger, zo simpel is jouw pet toch niet? Dit is een verhaaltje over een man die, midden in de stad, het noorden probeert aan te wijzen. Daar gebruikt hij een apparaatje voor dat niet wil werken. De kaart, die hij ook bij zich heeft, wil hij niet gebruiken, hoewel zijn vrouw hem daar een paar keer op wijst. Uiteindelijk moet hij toch bakzeil halen en loopt zijn vrouw met een glimlach om de mond achter hem en de kaart aan.

      Like

Reacties zijn gesloten.

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 20 april 2016 door in Reizen en getagd als , , , , , , , , , .

Categorieën

Archief

Belangstellenden

%d bloggers liken dit: