Zoektermen

Ik blog bij WordPress sinds mei 2010 en ik heb 171 vaste volgers die -vers van de pers- een berichtje krijgen als Bouwen met taal weer iets heeft gepubliceerd. Maar er komen veel meer mensen bij mij lezen. En ik vraag me al een tijdje af hoe die mijn blog dan vinden. Er zijn medebloggers die naar mij verwijzen en Facebook (144) en Twitter (165) zijn logische ingangen, maar verder typen mensen in hun browsers ook gewoon (nou ja… gewoon) een of meer zoektermen in, waarna ze uit een aantal gevonden links kunnen kiezen.

Statistieken

Plaatje van Pixabay

Die zoektermen kun je vinden via Statistieken. Dat kan per dag, per week, per maand en per jaar, maar je kunt ook alles opvragen vanaf het begin van je blog. Jammer genoeg is het overzicht niet compleet, want ruim tienduizend woorden kregen het predikaat ‘onbekende zoekterm’. Dat komt vooral omdat Google sinds 2013 de grootste hoeveelheid zoektermen versleuteld heeft. Maar je komt toch een heel eind met wat er wel bekend is

Over het geheel genomen, vinden mensen mij het vaakst met het woord angst, hoewel ik bij het intoetsen van dat woord op Google, niets van mijzelf tegenkom. Als goede tweede fungeert jokezelf en dat vind ik grappig, want dat betekent dat mijn bijnaam toch een klein tikje bekend is (nee hoor, daar ga ik niet van naast mijn schoenen lopen). Ook via zwaaien en afscheid, wierook en kerk, leren lezen, moord, schemerlamp en armoede kwamen de afgelopen negen jaar veel lezers kijken. In 2019 is vooral ‘gek’ en het cijfer ’11’ favoriet. Oud, bejaard, senioren, en -alweer- moord, komen vervolgens het vaakst voorbij. Maar net als bij angst: typ ik zelf die woorden in, dan kom ik niet bij mijn blog uit. Raadselachtig…

Vreemde combinatie
Eén keer werd gezocht op de combinatie ‘mijn tandarts trekt met zijn linkerbeen’. Dan vraag je je toch af hoe, en vooral waar, zo’n zoekterm eindigt op een doordeweeks blog zoals dat van mij? Wat blijkt? Als je dat zinnetje intypt op Google, komt er niets naar boven dat ook maar enigszins verwijst naar deze website. Maar klik je dan op ‘afbeeldingen’ dan staat er een plaatje van een poster van Toon Hermans in het overzicht. En dat heb ik gebruikt voor een blog uit april 2012 over mijn vader die gek was op Toon Hermans. En in de eerste alinea staat inderdaad iets over het linkerbeen van een tandarts. Ik was het glad vergeten, maar het is duidelijk: internet vergeet nooit iets.

Spam

Plaatje van Geralt via Pixabay

Die statistieken vertellen overigens ook wat er aan rommel binnenkomt. In die negen jaar heeft de spamfilter meer dan 4000 spamreacties gevangen. Voorlopig hoogtepunt: december 2014 met 840 tegengehouden spammetjes. In 2015, ’16 en ’17 was de hoeveelheid spam beduidend minder, maar in 2018 nam het weer toe. En in 2019 heb ik in het eerste halfjaar al evenveel spam ontvangen als in heel 2014. Een bombardement aan troep met meerdere links en vaak tig keer achter elkaar hetzelfde bericht als zogenaamde reactie op een van mijn blogs. Alsof iemand denkt; hé, mijn reactie komt niet door, laat ik het nog maar een keer proberen, en nog een keer en nog een keer….