Klein geluk in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Snoepwinkel Zus en Jet, foto op Pinterest

Mijn oma is op bezoek, en mijn zusje en ik krijgen elk een dubbeltje om te versnoepen. Een heel dubbeltje. Het brandt in mijn hand. Wat kan ik daar niet allemaal voor kopen? Ik knijp mijn ogen dicht en zucht eens diep. In gedachten zie ik het snoepwinkeltje van ome Hannes voor me en ruik ik zoute drop en chocola. In de toonbank liggen spekkies, schuine drop, wijnballen, stroopsoldaatjes, schuimblokken, zwartwit, nogablokken, zoethout. Tegen de achterwand rijen potten met toffees, kauwgomballen, toverballen, centendrop, zuurstokken. Snuivend haal ik adem. Heerlijk!

Een ruk aan mijn mouw maakt dat ik weer in de werkelijkheid kom.
“Ga je mee?” Mijn zusje kijkt me smekend aan. “Ga je mee naar ome Hannes? Nu? Ja?”
Met in onze oren de vermaning van mijn moeder om voorzichtig te zijn en goed uit te kijken bij het oversteken, springen we tree voor tree, neuriënd naar beneden. Langs de sigarenwinkel, het politiebureau en de Toneelschool. Daar is het café al. Een tram rijdt tingelend voorbij. Als we bij de brandweer aankomen, slaan we linksaf de Rozengracht op. Op een holletje lopen we snel door, slalommend tussen de andere voetgangers, langs de kerk, de automatiek en de bakker met het stoepje, tot we voor het oude winkeltje van ome Hannes staan. Gesloten! Wat nu?

Dropautomaat foto op Facebook bij Benedef Mancave Collectibles

Ik weet wat; in de automatiek, een stukje terug, hangt een dropautomaat. Daar kunnen we een rolletje drop trekken. Hand in hand rennen we terug en stuiven de automatiek binnen. Gelukkig! De automaat zit vol. Mijn zusje mag eerst. Voorzichtig duwt zij haar warme dubbeltje in de gleuf. Ik moet haar helpen met de trekknop. Haar handjes zijn nog te klein voor dat grote ding. Met een plof valt er een rolletje Faam zoute drop in de opvangbak. Opgetogen graait ze het eruit.
“Jaaa! Gelukt.” Blij scheurt ze het papier aan een kant van het rolletje af en stopt twee dropjes tegelijk in haar mond. Genietend kauwt ze op haar snoep. “Lekkerrr” zegt ze, terwijl er zwart vocht langs haar mond druipt.

Dan gaat mijn dubbeltje de gleuf in. Opnieuw trek ik aan de knop. Ik hoor niets en houd mijn adem in: er zal nu toch ook wel wat uit komen? Ik steek mijn hand in de bak en voel mijn rolletje helemaal achteraan. Het zit een beetje vast, maar voorzichtig wrikkend, krijg ik het vrij. En ook ik scheur het papier van de rol om meteen twee dropjes in mijn mond te proppen.

Huppelend gaan we terug naar huis.

 

 

 

15 gedachten over “Klein geluk in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

  1. Fijn nostalgisch stukje. Ik kreeg het even benauwd dat jouw rolletje bleef steken. Voelde al teleurstelling, maar gelukkig kwam het goed.

  2. Beeldend stukje,ik waan me terug. 😃
    Een dubbeltje was best veel voor die tijd, je was al blij met een stuiver.

    1. Ja dat klopt. Het was ook veel. Wij kregen over het algemeen ook maar een stuiver om snoep te kopen. Dat kwam zo; onze oma woonde lange tijd bij ons in (of eigenlijk; wij woonden bij haar in), maar ze was op een gegeven moment verhuisd naar Rotterdam waar ze een kleine woning kon krijgen. In Rotterdam woonden drie van haar dochters, dus dat was op zich niet gek. Maar ze miste ons zo dat ze, als ze kwam, zowel een reep chocola van Tjoklat als een rolletje Klene drop voor ons meenam, ‘omdat ze ons niet zo vaak meer kon verwennen’. Die dag had ze onverwacht met haar schoonzoon, mijn oom, in diens auto (de enige in de familie) mee kunnen rijden. Dus ze had geen verwennerij bij zich. Vandaar dat dubbeltje, dan konden we zelf wat kopen. Dat dubbeltje ontlokte mijn vader destijds overigens de verzuchting; “wij waren al blij met een halve cent”. 😒

  3. Ik kan de geur van het snoepwinkeltje ruiken, alsof ik in de winkel sta bij Ome Hannes.

Reacties zijn gesloten.

Powered by WordPress.com. door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: