
De eerste dag van de creatieve week druppelen alle deelnemers een voor een binnen. De een met de eigen auto, de ander van de trein gehaald door het busje van de Molen. Vier cursisten zijn in één auto gearriveerd. Kees en Anna Maria komen het laatst aan, maar Kees is direct wat je noemt ‘erg aanwezig’.
Kees is licht gehandicapt. Hij loopt wat ongelukkig, heeft aangepaste hoge schoenen, relatief korte armen, een gehoorapparaat (maar nog steeds een slecht gehoor), en een dikke donkere hoornen bril op zijn neus. Hij vindt alles meteen even genoeglijk en hoort er graag bij. Handenwrijvend van de gezelligheid, duikt hij, koud binnen, meteen in de koelkast en trakteert joviaal op een fles welkomstwijn. Gulzig klokt hij zijn eigen glas achter elkaar leeg, schenkt zichzelf en een paar anderen nog eens bij en trekt een tweede fles tevoorschijn.
Zijn vrouw, Anna Maria (duidelijk twee namen en twee duidelijke A’s aan het eind), is wat muizig. Zij vindt het allemaal zo lollig niet. Netjes en gewetensvol, zijn de woorden die bij je opkomen als je haar ziet. Iemand die tegen heug en meug haar plicht doet, en daar met geweld de zonnige kant van probeert te zien. Daar is ze zo druk mee bezig, dat ze bijna samenvalt met haar omgeving. Anna Maria draagt een keurige, hooggesloten beige katoenen zomerbloes met een klein ruitje en een dito plooibroekrok tot ver over de knie. Daaroverheen een – eveneens hooggesloten – flets blauwe bodywarmer met het kraagje omhoog. Een beschaafde donkerblauwe schoudertas (niet al te groot) hangt schuin over haar borst. Blote voeten in beige zomerschoenen completeren het geheel. Ze oogt wat kouwelijk en lijkt te krimpen telkens als Kees iets zegt. Anna Maria zorgt voor en waakt over Kees maar ergert zich tegelijkertijd aan zijn bijna boerse manier van optreden. Het is haar levensopgave om hem te smoren in haar gelovige liefde. Was hij daar nou maar gelukkig mee, dan deed ze het tenminste nog ergens voor, maar hij laat voortdurend heel subtiel merken dat het voor hem nooit genoeg is en dat ergert haar zichtbaar.
In de zaal waar de volgende dag het eerste deel van de cursus wordt gegeven, ligt net een nieuw wit wollen tapijt. Daar mogen dus geen buitenschoenen op, ook al niet omdat er in die zaal ook yoga wordt gegeven. Kéés kan die schoenen niet uit doen, alla, daar is wat voor te zeggen, zonder die schoenen kan hij niet lopen, maar hij komt niet op het idee zijn schoenen extra zorgvuldig af te vegen, of er een soort van hoesje omheen te doen. Welnee. Hij ontkent zelfs luidkeels dat het duidelijk zichtbare vuil, dat duidelijk zichtbaar van zijn duidelijk zichtbare schoenen komt, van hem is. Toont zich bijna beledigd als hem gevraagd wordt om zijn voeten toch nog maar een keer te vegen.
Ook Anna Maria trekt haar schoenen in eerste instantie niet uit. Keurig nette, vrouwelijk opengewerkte zomerschoentjes zijn het. Met een platte hak. Heel verzorgd in een iets donkerder kleur beige dan haar ruitjesbroekrokpakje. Terwijl de andere cursisten hun schoenen naast de deur neerzetten, zie je haar denken; ‘Aan die onzin doe ik niet mee’.
Heerlijk om te lezen, die karakterbeschrijvingen. Ik zie Kees en Anna Maria haast voor me.
Alie, je weet wat ik bedoel. Vaak is kort en bondig helemaal niet vrijwillig omdat veel mensen gewoon geen lange stukken lezen. Dan moet je kiezen. Een beetje schrijver kiest dan voor wat hij/zij wil en laat zijn oren niet naar de lezer hangen. Dat waardeer ik op deze weblog ook zo.
Dank Plato voor het meedenken. Het lijkt mij eigenlijk ook wel beter als Kees het zelf zegt. Nu is het meer de grote verteller die aan het woord is. Directe taal is veel helderder. Volgende versie van dit stukje komt het erin.
Soms voel ik me best slachtoffer van de webloghang en kom ik niet uit met maximaal 500 woorden, omdat een verhaal nou eenmaal soms karakterbeschrijvingen nodig heeft om op verhaal te komen. Dus dan schrijf ik gewoon zoals ik wil schrijven, en/of ik knip de hele reut in stukken.
@ Alie, Ik vind het al leuk dat je mijn verhalen leest en er iets over opmerkt of aan herkent, dus je hoeft er voor mij niet steeds bij te zeggen dat je een goed stuk vindt hoor. En kort en bondig is inderdaad prima zolang het vrijwillig is.
D’r lopen zovail van dij Kezen rond en van die Anna (spatie) Maria’s. Treurig eigenlieks, moar ze zullen wel ain reden hemmen dat ze bestoan.
En meneer Plato, oan kort en bondig is niks mis met, as ’t moar vrijwillig is…
Groetjes van Alie
o ja… ik vond ’t ain goud stuk, dat mot d’r altied eev’m biegezegd worden hè? 😉