Wanneer de schrijver niets anders doet dan zijn ervaringen en hersenschimmen neerschrijven, is hij geen schrijver maar een verteller; iemand, die iets verliest. Van belang is alleen wat er op het papier gebeurt, in de vormgeving, datgene wat hij niet had voorzien, datgene, wat hij niet wist, datgene wat hij niet was, datgene wat hij vindt: dat alleen is creatie.
Harry Mulisch
_____________________________
JéPé was het niet met Mulisch eens, maar voelde zich toch aangesproken. Hoezo was hij iemand, die iets verliest? JéPé’s verhalen bestonden altíjd uit samengestelde eigen belevenissen en verzinsels, die hij loskoppelde van hun oorsprong, opnieuw groepeerde, en samenstelde tot een boeiend verhaal. Het had hem geen windeieren gelegd. Hij was een bekend en veelgelezen schrijver geworden. Hij schreef verdorie alleen maar bestsellers met goede kritieken.
Zoals JéPé het citaat begreep, kan iemand zich pas schrijver noemen als hij een verhaal opbouwt vanuit het niets. Maar hoe kan je iets creëren uit niets? Dat kan alleen de Schepper, en zelfs die had in den beginne het woord nodig gehad en op enig moment zelfs zand, aarde en een rib om zijn wereld te vervolmaken.
Je kunt toch niet volhouden dat een schrijver gewoon gaat zitten, waarna het verhaal vanuit het niets opborrelt? Er kan alleen iets opborrelen uit alles wat een schrijver ooit, bewust of onbewust heeft meegemaakt. Als Mulisch dat bedoelde, kon JéPé er vrede mee hebben; schrijf, laat komen wat komt, en kijk wat er op papier gebeurt. Of, moderner, laat je onbewuste brein je vingers sturen op het toetsenbord. Dan komen onvoorziene dingen naar boven, verloren herinneringen en andere zaken die je in je leven bent tegengekomen.
Goed, dacht JéPé, misschien ben ik dan verteller en geen schrijver in de Mulischiaanse zin van het woord, maar ik zeur niet. Integendeel, ik gebruik een ervaring en herschep mijn verhaal vervolgens met wat er naar boven komt. Ik lieg de waarheid, om met Simon Carmiggelt te spreken. En die herschapen werkelijkheid is wel degelijk een creatie en geen verlies. Ik ben dus een verteller die opschrijft wat hij creëert. JéPé proefde de woorden op zijn tong. Ze smaakten goed, want tot dan toe had hij zich slechts schrijver gewaand.
Ik hou van vertellers die iets te vertellen hebben en dat goed kunnen. Denk aan Midas Dekkers, Maarten Biesheuvel, Marten Toonder, idd Simon Carmiggelt, Hans Böhm en Gerrie Kneeteman. Mensen die kunnen schrijven, maar niets te vertellen hebben boeien me niet. Dan zap ik weg. Ik ben overigens geen lezer en vind het prima als dergelijke figuren ook daadwerkelijk iets voor een microfoon vertellen. Eigenlijk gebeurt dat veel te weinig.